Je kent ze wel: van die mensen die een paar keer per jaar je pad kruisen. Je komt ze tegen op een feestje, een verjaardag, een conferentie. Spontaan voeg je ze toe op Facebook. Handig: zodra je elkaar weer ontmoet kun je vragen naar die mooie reis, die nieuwe baan.

Totdat.

Bijna drie weken geleden: een Bijbelstudieweekend met zeker dertig van zulke min of meer bekenden. De gebruikelijke herkenning, maar vreemd genoeg leek de vraag “hoe is het” voor hen knap lastig om te stellen. Ongemakkelijk voelde het en haast schoorvoetend volgde dan: “ik lees je blog”.

Ik had het kunnen weten. En ik had er geen seconde over nagedacht. Gelukkig maar, misschien.

Ja, het meisje onderweg is heel persoonlijk, open, kwetsbaar. Toch blijft ze op vertrouwd terrein. Zelf bepaalt ze wat ze deelt – en wat niet -, kiest ze haar moment. Mensen reageren, maar een antwoord mag altijd even op zich laten wachten.

Maar daar, met die vraag, werd dat meisje weer gewoon Erika, bleken al die “site views” afkomstig van echte mensen. Mensen die met het stellen van hun vraag bewust een meer-dan-eenlettergrepig antwoord riskeerden. Mensen die daarmee zelf – zo vergat ik even – net zo kwetsbaar wilden zijn.

Mooi eigenlijk. Maar ik moet er wel aan wennen.

Nu die muur wordt afgebroken, komen anderen ineens wel heel veel dichterbij. Ik ken dit leven niet: die muur stond er al zo lang.

In mijn eigen herinnering ben ik een eenzame, onbegrepen kleuter. Een kind, in stilte schreeuwend om een knuffel. “Maar”, zei mijn moeder, “dat wilde jij helemaal niet. Je wilde nooit op schoot. Als ik voorlas, zat jij er liever naast”. Ik had geen troost, geen warmte nodig. Ik was een grote meid.

Ik weet niet waar het misging. Hoe een kleuter al onbereikbaar kan willen zijn. Het is ook niet meer zo belangrijk.

Feit is dat die muur meer dan twintig jaar met me mee is gegroeid. Breder, dikker, hoger geworden is. Groter, net als ik. En nu moet ik het zonder doen.

Natuurlijk is dat bevrijdend. Maar ook vreselijk eng.

Ik voel me naakt. Ben bang voor pijn. Want als er geen muur meer is, wat biedt je dan bescherming?

“Waarom zou je de wereld niet gewoon op je af laten komen”, zei mijn vader. Hoe erg kan het eigenlijk zijn? Ja, misschien wordt je aangevallen, diep gekwetst. Maar werkt voelen niet altijd twee kanten op?

Geen pijn, geen vreugde.
Geen lijden, geen liefde.
Geen dood, geen leven.

Wat is leven zonder vreugde, zonder liefde?
Laat mij dan maar naakt zijn, klein.