Best kans dat je me onlangs hebt horen praten over “de afgelopen periode”. Alsof er iets afgesloten is. Om eerlijk te zijn had ik anderen nodig om me erop te wijzen. Ze hebben gelijk: er is niets afgelopen, niets echt voorbij.

Natuurlijk zijn er dingen veranderd. Verbeterd ook. Ik heb meer energie en minder pijn. Ik doe meer en slaap minder. Mijn enthousiasme is grotendeels terug en het idee ooit weer te gaan werken jaagt me echt geen angst meer aan.

Maar nee, de oude wordt ik nooit meer. Ik zou het ook niet willen.
Of eigenlijk, toch soms even wel.

Het punt is: die nieuwe Erika, die kwetsbare kant van mij, die vind ik echt wel mooi. Maar de oude ik, de sterke versie, die vind ik gewoon veel leuker. En ik wil nu wel weer eens gewoon leuk zijn.

Misschien is dat ook wel gewoon gezond. Daar waar de afgelopen maanden de muur afbrokkelde, ik niet alleen een stoere carrièrevrouw bleek te zijn, ben ik immers ook niet enkel een kwetsbaar meisje. Ze zijn er allebei en misschien is dat ook wat echt krachtig maakt.

Dikke vriendinnen zijn ze nog niet. De stoere vrouw vindt het meisje maar een zwak schepsel. En het kwetsbare meisje vraagt zich af of ze wel een powervrouw mag willen zijn.

Maar wie weet komt dat vanzelf.

En dat, die zin, dat die hierboven zwart op wit staat, laat misschien wel de grootste verandering zien. Hoe cliché ook, het lijkt erop dat ik, heel langzaam, leer los te laten.

“Ik denk gewoon veel te moeilijk over het leven”, zei ik een paar weken geleden tegen mijn coach. We waren net tot de conclusie gekomen dat ik al hartstikke veel geleerd had, maar toch kon ik de spanning niet van me af laten glijden.

“Jij denkt. Punt. Dat is het probleem”, was zijn antwoord.

Om te vervolgen: “Je zou gewoon wat meer moeten vertrouwen”. Daar stond ik, die zegt te geloven in zoveel meer dan het lot; in een God die alles in Zijn handen heeft, met een mond vol tanden.

Geen deadlines meer dus. Geen grote doelen en ambities. Geen antwoord op de “waar zie je jezelf over vijf jaar” vraag. Dat voelt vooralsnog behoorlijk ongemakkelijk. En ik weet ook niet hoe ik het uit ga leggen in een sollicitatiegesprek.

 

En toch ga ik het proberen. Onzeker is de toekomst toch wel. Waarom zou ik me daardoor laten tegenhouden?

Want net als dat je niet kunt zeggen dat het over is, kun je ook nooit ergens echt klaar voor zijn; hooguit gereed.

(En dat mijn broer die uitspraak ook niet van zichzelf heeft maakt niet uit. Waar is-ie toch wel.)