Tweede Pinksterdag, half zeven ‘s ochtends. Ik had mezelf toestemming gegeven de wekker niet te zetten, maar was wakker geworden van de buikpijn. Slapen was verleden tijd.

De vrijdagmiddag ervoor had ik een tweede gesprek bij een consultancybedrijf. Daar waar ik vooraf heel ontspannen was en het gesprek een prettige kennismaking, kon ik nu letterlijk niet eten van de spanning. Ik zou pas na het weekend van ze horen en kon niets doen dan wachten. Ik wilde die baan dolgraag hebben, maar mijn lot lag in hun handen.

Zo voelde het althans. Ik weet ook wel dat het zo niet werkt. Maar geloven en ervaren zijn twee heel verschillende dingen. Echt waar.

Spontaan werd ik een voorstander van het afschaffen van tweede feestdagen. Waarom moest nu net dit weekend drie volle dagen tellen? Slap als ik was had ik het concert van die middag al bijna afgezegd en mijn familie, mijn vrienden gevraagd voor me te bidden. “Overgeven”, stuurde de één. “Zoek afleiding”, zei de ander. Gelijk hadden ze allemaal, maar niemand raakte zo de kern als de vriendin die appte:

“Waarom oordeel je jezelf nu? Aanvaard gewoon dat je het spannend vindt, dat je buikpijn hebt. En probeer vooral niet heel hard los te laten.”

Want dat was precies waar ik mee bezig was. En ogenblikkelijk deed ik er nog een schepje bovenop. Hoe kon ik nu weer in diezelfde valkuil stappen? Krampachtig proberen los te laten: is het niet logisch dat dat mislukt?

Maar wacht. Ik had hulp gevraagd. Ik had blijkbaar mijn probleem gedeeld. Hoe anders immers kende mijn vriendin die valkuil überhaupt? Over kwetsbaarheid gesproken.

Misschien komt ooit de dag dat ik die kuil van veraf zie, er met een grote boog omheen kan lopen. Zover is het bij lange na nog niet. Dat kan ik nu mezelf verwijten. Ik kan ook blij zijn dat ik al wel doorheb dat ik gevallen ben. En dat ik er daardoor – met een beetje hulp – ook een stuk sneller uit kan klimmen.

Want daar zit precies het punt. Van af en toe “wil je me helpen” blijk ik veel gelukkiger te worden dan van altijd maar “ikke zelf doen”.

Dat doet me denken aan mijn allereerste post. Of eigenlijk aan een reactie daarop. Ik vroeg me destijds af of ik wel echt beschikbaar was, zelfs wilde zijn. Een vroegere collega schreef me toen: “Wil je niet liever bereikbaar zijn (…) voor jezelf en voor anderen?”

Ja!

Met enige regelmaat bekenden anderen mij iets als: “Ik keek altijd zo tegen je op”. Ik schrok daarvan, schaam me er een beetje voor. Ik dacht dat ik juist helemaal niet anders wilde zijn. Waarom sloot ik me dan zo hoog op in mijn ivoren toren?

Echt, ik ben ook maar gewoon een mens.

Net als de winkelier op de hoek die tegenwoordig spontaan een praatje met me maakt. Dat heb ik ook gewoon nodig namelijk: een vriendelijk gezicht.

Net als die talloze familieleden, vrienden, oude en nieuwe bekenden die in de afgelopen maanden niet alleen in mijn hart keken, maar mij ook een blik in het hunne gunden. Dat hebben we allemaal nodig namelijk: echt verbinding met elkaar.

Als ik zou moeten samenvatten wat die periode me heeft gebracht, me heeft geleerd, zou het daarop denk ik uitkomen.

Ik ben genoeg. Ik kan heel veel, maar hoef het echt niet allemaal alleen te doen.

Want samen is het leven zoveel mooier.

Dank jullie wel!

P.S. Het was allemaal niet helemaal voor niets. Ik ben die dag gewoon gaan zingen en heb ervan genoten. En inmiddels heb ik ook die felbegeerde baan.