Dapper.
Stoer.

Het zijn de woorden die ik in de afgelopen weken het meest gehoord heb in reactie op mijn laatste blog en het artikel dat daarna verscheen.

En – laat ik mezelf niet bescheidener voordoen dan ik ben – dat streelt me.

Ik houd van het podium, plankenkoorts is me altijd vreemd geweest. Ik zou kunnen wennen aan een positie als “boegbeeld van single christelijk Nederland”.* Ik vind het niet erg bekend te staan als voorvechter van openheid in de strijd tegen de druk die mijn generatie zichzelf oplegt.

* Niet mijn woorden, echt!

En – voor ik mezelf arrogantie begin te verwijten – dat is niet eens zo erg. Want wat ik schrijf blijkt anderen de woorden te geven die zij zelf niet kunnen vinden. En dat is mooi.

Maar wat verloren lijkt te gaan is dat, onder dat alles, ook ik maar een bang klein meisje ben.

Met ogenschijnlijk gemak gun ik de hele online wereld een kijkje in mijn hart. Maar wie weet hoe belangrijk de likes voor me zijn, bang dat niemand me waardeert?

Met niet aflatend enthousiasme organiseer ik feestjes, stel ik mijn huis open, sleep ik anderen mee. Maar wie ziet de spanning waarmee ik wacht op de eerste aanmeldingen, bang dat niemand met me mee wil?

Met mijn scherpte tong ben ik met regelmaat mijn verstand vóór, plaats ik scherpe opmerkingen die naast grappig ook heel kwetsend kunnen zijn. Maar wie realiseert zich hoe lang een reactie in dezelfde trant mij bezighoudt, bang dat niemand me aardig vindt?

Met gemak praat ik met volstrekt onbekenden een hele avond vol. Maar wie beseft hoeveel moeite het me kost om die drempel over te stappen, bang dat niemand interesse in me heeft?

Mijn agenda puilt met regelmaat uit van de afspraken met dierbare vrienden. Maar wie voelt hoe krampachtig ik vriendschappen probeer vast te houden waarvan de houdbaarheidsdatum al lang is bereikt, bang te verliezen wat eens was?

Ja, ik doe stoere, dappere dingen.

Soms roekeloos, soms vanuit diepe overtuiging. Ik loop over van enthousiasme, praat voordat ik denk, lijk de hele wereld aan te kunnen. Maar wat ik hoop is dat juist dat laat zien wie ik eigenlijk ben.

Kwetsbaar.
Fragiel.
Mens.

Ik ben niet stoerder of dapperder dan enig ander. Ik ben net zo goed – en misschien wel meer – bang om kwijt te raken, om alleen te zijn. Ik ben bang dat alles anders wordt, bang voor het onbekende.

Maar dat sluit moed niet uit.

Met Nelson Mandela leer ik – zoals alles, heel langzaam – “dat moed niet de afwezigheid van angst is, maar het overwinnen ervan. Een dapper man is niet hij die geen angst voelt, maar hij die zijn angst weet te overwinnen”.

Daarmee ben ik niet in slecht gezelschap.

En dus toch dapper.