Zin één van zo ongeveer elke motivatiebrief die ik ooit schreef: “Ik ben nieuwsgierig en leergierig en…”. Ik kan het niet ontkennen: ik geniet van bergen nieuwe informatie, vind het heerlijk om ergens snel thuis te raken en overal iets van af te weten. Toch is het niet helemaal waar.

Eigenlijk houd ik namelijk niet van leren: ik wil enkel kunnen.

Ik bedoel dit: zo rond mijn twaalfde verjaardag ging ik op pianoles. Oefenen vond ik niets, ik droomde enkel van het moment dat ik de sterren van de hemel zou kunnen spelen. Weinig verrassend: dat moment is nooit gekomen en ik raak nog zelden een piano aan.

Je zou denken dat ik, vijftien jaar en heel wat zelfreflectie verder, wel iets geleerd zou hebben. Maar helaas.

Drie weken geleden begon ik aan mijn nieuwe baan. Nog niet “op een opdracht” heb ik alle tijd om er rustig in te komen. Toch stond ik na één week werken alweer stijf van spanning. Letterlijk. “Niemand verwacht van je dat…”, verzekerden mijn collega’s mij. Maar ze vergisten zich: ze vergaten mij.

Hoe onrealistisch ook, ik verwacht wel degelijk van mijzelf dat ik binnen één week volledig operationeel ben en van grote toegevoegde waarde voor de maatschappij.

“Voor wie wil je dat eigenlijk?”, was de vraag die als een soort groot, fluorescerend stopteken werkte. “Voor mezelf”, antwoordde ik beschroomd om mij vervolgens in een diepe put van zelfverwijt te storten.

Had ik nu nog niet geleerd mezelf te waarderen, onafhankelijk van wat ik doe? Niet zo hard te oordelen over wie ik ben? Mezelf niet langer te zien als de optelsom van alles wat ik ooit bereikte?

Waar waren de afgelopen maanden dan goed voor geweest?

Toch stopte mijn vrije val daar, veel eerder dan ik had verwacht. Diep vanbinnen kwam iemand in opstand, iemand die zich lang verborgen had gehouden. Ik had wel degelijk iets geleerd!

Alleen leren leren, dat is gewoon het aller, aller moeilijkst.

En dat is precies waar ik mee bezig ben.

Ik leer te vallen en weer op te staan. Niet vol verwijt te blijven liggen, maar met de haast paradoxale combinatie van moed en geduld weer verder te gaan. En zelfs dat hoef ik nog niet te kunnen. Misschien is het niet zomaar dat mijn agenda nog niet helemaal is volgeboekt: zo leer ik immers veel, veel meer.

En nee, dat is niet ineens leuk ofzo. Maar goed is ook niet hetzelfde als comfortabel. Goed is veel meer dan comfortabel.

Het brengt me terug bij waar het ooit begon: het gaat niet zozeer om het diploma, de zwemles zelf is minstens zo de moeite waard.

Steeds sterker vraag ik me overigens af of er überhaupt wel zoiets als een diploma is. Dat deel van mij dat de motivatiebrief vervolgt met “ik ben resultaatgericht…” heeft daar nog flinke moeite mee. Tegelijk heeft het iets van een bevrijding.

En eigenlijk is dat ook wat ik allang geloof: “Als ik niet meer God of mensen [of mezelf] hoef te behagen ben ik werkelijk vrij…”.*

Misschien kom ik er nooit. Maar ik leer wel.

* Met dank aan de preek van zondagavond.