Er hoeft niet veel voor te gebeuren: een oprecht ‘hoe gaat het’ op een dag vol pijn; het gevoel van onmacht als een ander niet begrijpt wat ik bedoel; dat moment waarop aan het einde van een lange dag net ook nog net mijn yoghurt op is in de supermarkt.

En daar gaan ze.
De tranen.
Hoe hard ik ze ook wegduw.

Want als degene tegenover me dan ook nog vraagt ‘waarom raakt dat je nu zo’, dan verandert die krampachtige grimas onherroepelijk in een tranenvloed en kun je de tissues wel gaan aanslepen.

Ze hebben altijd losgezeten trouwens. We waren een jaar of vijftien, mijn vriendin mocht mee op vakantie en ’s nachts, naast elkaar in bed, lagen we ieder te huilen om ons eigen boek. Wat dat betreft is er, in ieder geval bij mij, weinig veranderd: verhalen raken me gewoon.

Nu gaat dat met een boek in bed nog wel, maar op elke andere locatie vind ik die tranen gewoon zo vreselijk stom.

Ik ben bang dat anderen die ze zien dwars door me heen kijken, dat ze denken: ‘Je doet je nu wel weer aardig voor, maar in feite ben je zo labiel als wat’. Dat ik op een zeker moment door de mand val omdat ik toch niet zo sterk blijk te zijn als ik iedereen heb laten denken.

En daarom doe ik er alles aan om niet te huilen, met uiteraard precies het tegenovergestelde resultaat.

En eigenlijk is dat vreemd. Want het zijn helemaal niet die anderen – de collega’s, de coach, de kringgenoten – die iets van me vinden: dat ben ik zelf. Ik heb nog nooit een ander afwijzend zien reageren op mijn tranen. De eerste van mijn huidige collega’s die me zag huilen zei enkel: ‘het toont alleen maar aan dat je emoties hebt’ en dat was dat. En ik heb ook helemaal niet iedereen laten denken dat ik heel sterk ben.

Ik, die al twee jaar kwetsbaarheid predik, vind zelf die tranen blijkbaar toch een brug te ver.

Aan het einde van de afgelopen zomer had ik een dipje. Zo’n kuil waar ik steeds maar in blijf vallen, maar met elke keer wel sneller op zou moeten leren staan. Ik schreef een briefje met voornemens, met dingen om te doen. Vanavond vond ik dat:

  • Elke week hardlopen: dat is me wel gelukt;
  • Werkmailaccount: van mijn telefoon verwijderd;
  • Boeken lezen, elke dag: zelfs dat gebeurt.

Alleen het “accepteren dat ik gevoelig ben”, dat er ook op stond, dat gaat nog niet zo goed.

Ik denk wel dat dat het antwoord is namelijk.

Ik ben zo bang dat ik mezelf bedrieg. Ik heb al maanden geen blogpost geschreven en mijn dagboekpagina’s blijven maagdelijk wit. Ik dacht dat dat was omdat het beter met me ging. Maar als ik dan in tranen uitbarst om een simpele vraag, dan moet er toch, diep vanbinnen, nog iets mis met me zijn?

Maar misschien is die gedachte het enige wat er mis is.

Misschien huil ik inderdaad wel sneller, vaker, harder dan een ander. Maar misschien heeft dat wel helemaal niets te maken met labiel zijn.

Ik weet niet hoe het is ontstaan, die angst voor tranen. Ik wil het denk ik niet eens weten. Misschien is dat accepteren ook nog wel heel ver weg. Maar ik kan toch in ieder geval stoppen met krampachtig tegenhouden.

Zou dat dan dat ‘loslaten’ zijn?

PS Er stond nog iets op dat lijstje: “Accepteren dat ik slim ben, dat dat mogelijkheden biedt én af en toe lastig is”. Dat durf ik hier haast niet op te schrijven; want wie denk ik wel niet dat ik ben? Daarom een volgende keer meer.