Soms loop ik gewoon vast. Of ga ik heel hard onderuit.

Het is deze maand drie jaar geleden dat ik mijn baan opzegde. Een beslissing waar ik geen moment spijt van heb gehad. Het startpunt van een confronterende periode. Het begin van deze blog.

En echt, het gaat veel beter met me dan toen.

Ik ben inmiddels weer zo lang aan het werk dat ‘die periode’ niet meer in elk kennismakingsgesprek naar voren komt. En dat is goed. Want ik zou mezelf niet meer definiëren in termijn van ‘mijn proces’.

Maar hoewel ik langzaam los leer laten, ‘het’ laat mij niet meer los.

Ik ben overspannen geweest, en depressief. Er zijn dagen geweest dat het leven voor mij niet meer hoefde. Ik ben blij dat ik nooit de neiging heb gehad er actief een einde aan te maken. Maar ik kan me echt iets voorstellen bij mensen die niet meer verder willen.

En soms komt dat terug.

Er zijn dagen, weken, maanden dat ik eigenlijk mijn bed niet uit wil komen. Deze november, bijvoorbeeld. Het gekke is: ik geniet van mijn werk en, al zijn de dagen vol, ze vliegen voorbij. Ik steek mijn energie in dingen voor de kerk en beleef er oprecht plezier aan. Ik breng tijd door met vrienden en familie en geniet ervan.

En toch, menig ochtend is een worsteling om überhaupt mijn bed uit te komen. Lijkt er niets in de dag aantrekkelijk genoeg om voor op te staan. Voel ik me ’s avonds op de bank na de zoveelste Netflix aflevering eenzamer dan ooit.

Ik weet dat ik de enige ben die die spiraal verbreken kan. Maar ik heb er soms gewoon de energie niet voor.

Het helpt natuurlijk niet dat ik op zaterdag zo lang blijf liggen dat ik geen tijd meer heb om hard te lopen. Dat ik aan het begin van de werkdag mijn stille tijd maar oversla. Of dat ik in plaats van voor mezelf te koken val voor de afhaalverleidingen van de langste straat van Nederland.

Misschien is dat ook wel leven uit genade. Dat ik dat mezelf niet hoef te verwijten. Maar dat er ook echt ruimte is voor verandering.

Want ergens weet ik dat het ook weer beter kan. Dat het ook weer beter zal, dat op een ochtend gewoon de zon weer schijnt. Maar ik wil er eigenlijk niet op wachten. Want iets in mij wil nu leven, in dit moment.

Recent voerde ik met een goede vriend een gesprek dat eigenlijk vooral ging over single zijn, maar waarvan zijn conclusie van toepassing is op veel meer dan dat: ‘Ik geloof echt dat ik nu, hoe ik ben en wat ik ben en waar ik ben, precies ben op de plek die God voor me heeft bedoeld’.

Dat wil ik ook geloven. Want ik geloof wel in een plan en in een toekomst. Maar dat heden, daar heb ik vaak minder vertrouwen in.

Het leven gaat nu eenmaal niet steeds een beetje beter. Maar het is wel goed zoals het is.